Werkvormen


DSC_0279Werkvormen om het hardop lezen te ondersteunen (thuis en op school)

Op deze pagina zijn werkvormen verzameld waarmee u thuis en op school hardop kunt oefenen met lezen op leuke, gevarieerde manieren.
Heeft u ook een origineel idee? Neem dan contact op via info@leesadvies.nl

Simultaan lezen (ook wel koorlezen genoemd)

Simultaan lezen wil zeggen dat u en het kind tegelijk de tekst hardop lezen, in een tempo dat aangepast is aan het tempo van het kind.
Bron: Blok, H. (2010). Samen werken aan leren lezen. Cursusboek voor ouders van leerlingen in jaargroep 4 en hoger. Almere: Lectoraat Maatwerk Primair, Pabo Almere.

Om de beurt lezen

U en het kind lezen om de beurt een zin of enkele zinnen. Het is de bedoeling dat het kind wel steeds meeleest als u aan de beurt bent. U zult dus uw tempo moeten aanpassen. Eigenlijk lezen het kind en u beiden de hele tekst, maar om de beurt hardop of zachtjes in zichzelf.
Bron: Blok, H. (2010). Samen werken aan leren lezen. Cursusboek voor ouders van leerlingen in jaargroep 4 en hoger. Almere: Lectoraat Maatwerk Primair, Pabo Almere.

Voorlezen aan u

Het kind gaat aan u voorlezen. U zit tegenover het kind of op een afstandje. U leest niet mee in het boek en stelt u uitsluitend op als luisteraar. Als u iets niet begrijpt of als u denkt dat er iets niet klopt, dan vraagt u dat na. Op deze manier kan het kind oefenen de tekst steeds beter te lezen. U kunt iets zeggen over leestekens, toon en andere kenmerken van de voordracht.
Bron: Blok, H. (2010). Samen werken aan leren lezen. Cursusboek voor ouders van leerlingen in jaargroep 4 en hoger. Almere: Lectoraat Maatwerk Primair, Pabo Almere.

De rollen omgekeerd

U leest een klein stukje hardop, terwijl het kind meeleest. U maakt opzettelijk een enkel foutje, dat het kind dan moet ontdekken en verbeteren. Als uw kind de opzettelijk gemaakte fouten níet opmerkt, kunt u dat zelf doen. Sommige kinderen vinden deze werkvorm heel leuk om te doen en het verhoogt hun zelfvertrouwen.
Bron: Blok, H. (2010). Samen werken aan leren lezen. Cursusboek voor ouders van leerlingen in jaargroep 4 en hoger. Almere: Lectoraat Maatwerk Primair, Pabo Almere.

Invullezen

Lees het verhaal voor en laat woorden weg. Het kind wijst met de vinger bij en zegt het woord dat u weglaat.
Bron: www.onderwijsgek.nl

Echolezen

Lees telkens een zin en laat het kind vervolgens dezelfde zin lezen. Let op dat het kind daadwerkelijk leest en niet slechts nazegt.
Bron: www.onderwijsgek.nl

Oud en nieuw

Het kind leest een zin. U herhaalt deze zin en leest er een nieuwe zin bij. Het kind herhaalt de laatste zin en leest ook weer een nieuwe erbij. Er wordt dus steeds een ‘oude’ en ‘nieuwe’ zin gelezen.
Bron: www.onderwijsgek.nl

Voor, koor, doorlezen

Eerst voorlezen zodat het kind de tekst al een keer hoort. U leest het stuk niet te snel, maar vloeiend voor. Het kind wijst het woord, dat gelezen wordt bij. Daarna lezen u en het kind de tekst samen hardop (koorlezen). U praat zachtjes, en vooral ondersteunend. Het kind wijst met de vinger het woord bij. Als het lezen goed gaat, kan stap twee overgeslagen worden. Ook als u het idee krijgt te veel in een schoolse sfeer te komen. Tot slot leest het kind de tekst hardop voor. U wijst bij en bepaalt daarmee het tempo waarin gelezen wordt. Het lezen moet vloeiend en op toon gaan. Als het kind aarzelt of hakkelt bij een woord, zegt u het woord voor.
Bron: www.obs-nicolaasbeets.nl